Belgen en Duitsers

In de 19e eeuw was Nederland vooral een immigratieland. Samen met Zwitserland trok het tot 1840 de meeste immigranten binnen Europa. Het waren met name Duitsers die toen al de reis naar het relatief rijke buurland Nederland maakten. De agrarische sector kon seizoensarbeiders gebruiken en men schat dat er jaarlijks 30.000 Duitse seizoensarbeiders naar Nederland kwamen. Ook Belgen kwamen in deze tijd in groten getale naar Nederland. Limburg was echter in de negentiende eeuw een uitzondering: per saldo trokken de mensen hier juist weg.

Onopvallende immigranten

De Duitsers zijn lange tijd een van de grootste groepen immigranten geweest. Veel van hen vestigden zich in Zuid-Holland en Limburg. Van de 51.000 Duitsers die er tussen 1796 en 1849 naar Nederland kwamen, ging 25% naar Limburg. Een andere groep van Duitse immigranten kwam vooral in de jaren tussen de twee Wereldoorlogen naar Nederland. Omdat Duitsland zich in een economische crisis bevond en de vraag naar dienstmeisjes in Duitsland drastisch afnam, boden veel Duitse dienstmeisjes zich in Nederland aan.

De Belgen vormden na de Duitsers de tweede grote groep immigranten rond 1850. Een beroep dat bijvoorbeeld veel door Belgen werd uitgeoefend was strohoedenmaker en zij kwamen dat ook in Nederland doen. Een grote stroom van Belgen richting Nederland kwam vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog op gang. Belgen ontvluchtten toen massaal het door Duitsland bezette België en zochten hun heil in neutraal Nederland. Toen Antwerpen in 1914 werd beschoten, staken bijna één miljoen Belgen de grens naar Nederland over. Aan het einde van 1914 waren er 200.000 tot 300.000 Belgische vluchtelingen in Nederland. Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog waren het er nog 50.000 tot 100.000. Na afloop van de oorlog keerden de meeste Belgische vluchtelingen huiswaarts. Hier kun je meer lezen over de stroom van Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog.

Concept en realisatie
sluiten      

Stuur deze pagina door

verplicht veld Versturen