Chinezen in LimburgVan studenten tot restauranthouders: Chinezen in Nederland Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek woonden er in 2009 in Nederland ongeveer 13.000 tot 14.000 mensen met de Chinese nationaliteit. Dit getal is exclusief studenten en Chinezen die hier tijdelijk verblijven en mogelijk illegaal verblijvende Chinezen. Toch zijn er veel meer mensen in Nederland die zichzelf als ‘Chinees’ beschouwen. Het gaat hier dan om mensen met een Chinese achtergrond die niet rechtstreeks uit de Volksrepubliek naar Nederland zijn gekomen, maar voor hun komst naar Nederland bijvoorbeeld al woonachtig waren in Hong Kong, Taiwan, Singapore, Vietnam, Maleisië, Indonesië of Suriname. Deze groep Chinezen staat in Nederland niet geregistreerd als zijnde ‘Chinees’. Daarom is het moeilijk om een nauwkeurige telling te maken. De laagste schattingen gaan uit van 70.000 legaal en permanent in ons land verblijvende mensen van Chinese afkomst, hogere schattingen komen uit op ongeveer 100.000. Bovendien hebben inmiddels veel oorspronkelijke Chinezen de Nederlandse nationaliteit aangenomen. De Chinese gemeenschap in Nederland is zeer divers. Niet alleen wat betreft hun oorsprong, maar ook op het gebied van taal, cultuur en beroepsuitoefening. Als je meer wilt weten over Chinezen in Nederland, kun je hier eens een kijkje nemen. Studenten Elk jaar komen er honderden Chinese studenten, vaak via uitwisselingsprojecten, om hier één of enkele jaren te studeren. Overigens kwamen de eerste ‘Chinese’ studenten al rond 1900 naar Nederland. Ze kwamen uit Nederlands-Indië en spraken Maleis, maar werden hier als Chinees beschouwd. Zeelieden en ‘pinda-chinezen’ Enkele jaren later kwamen Chinese zeelieden naar Nederland. Dit was een hele andere groep. Zij kwamen vooral van het overbevolkte, arme Chinese platteland, met name uit de Zuid-Chinese provincie Guandong. Door de opkomst van eerst de Britse en later ook de Nederlandse stoomvaart, gingen de Britten en later ook de Nederlanders massaal gebruik maken van Chinese stokers, koks en matrozen aan boord. Londen en Rotterdam werden belangrijke Europese centra waar deze Chinese zeelieden, matrozen en koks aan- en afmonsterden. Tussen hun reizen door werden deze zeelieden gehuisvest in Amsterdam en Rotterdam. Na verloop van tijd, toen ook de tussenpozen tussen de zeereizen groter werden, ontstonden in Amsterdam en Rotterdam Chinese winkeltjes en eethuizen waar de zeelieden heen gingen. De economische crisis in 1929 raakte ook de scheepvaart. Veel Chinese zeelui verloren hun baan. Veel van hen bleven gedwongen in Nederland hangen. Om toch aan de kost te komen, kwam een Chinees op het idee om een simpele, makkelijk zelf te vervaardigen lekkernij op straat te gaan verkopen. De eerste pindaverkopers waren in 1931 actief in Rotterdam, Katendrecht. Om meer winst te maken, moesten de verkopers ook buiten Katendrecht de boer op. Een opmerkelijke verschijning voor veel Rotterdammers destijds. Het fenomeen pindaverkoper dook daarna ook snel op in andere Nederlandse steden waar Chinezen woonden. De overheid was niet gelukkig met deze vaak illegale venters en zocht naar mogelijkheden om geen Chinezen meer toe te laten in Nederland en de al aanwezige Chinezen in samenwerking met de rederijen het land uit te zetten. Chinees-Indische restaurants Na de Tweede Wereldoorlog kwam een nieuwe groep Chinezen naar Nederland. Deze groep vormt de basis voor de hedendaagse Nederlands-Chinese gemeenschap. Een groot gedeelte kwam uit China en Hongkong, ongeveer tien procent uit Indonesië en Suriname en de rest uit diverse landen. Hun migratie had economische gronden. Zij waren op zoek naar een plek waar zij zich een hogere welvaartstandaard konden aanmeten dan in China. Eerst kwamen er vooral mannen, in de jaren zeventig ook vrouwen. Chinezen in Nederland spreken door de verschillen in achtergrond verschillende talen en dialecten, hebben verschillende religies en verschillende landen van herkomst. Het is dus zeker geen homogene groep. In Nederland staat de Chinese gemeenschap bekend als een stille, geïsoleerde minderheid. De eerste generatie spreekt vaak slecht Nederlands, maar hun kinderen en kleinkinderen presteren op school aanzienlijk beter dan leeftijdgenoten met andere etnische achtergronden. De verspreiding over Nederland is groot. Bijna elk dorp in Nederland heeft een Chinees restaurant.
Sommige ondernemers sprongen handig in op het verlangen van soldaten uit Nederlands-Indië die terug in Nederland wel weer eens nasi goreng of saté wilden proeven. Zo is de typisch Nederlandse variant van de Chinese en Indonesische keuken ontstaan. De jaren zestig en zeventig vormden de bloeiperiode van de Chinees-Indische restaurants; het aantal groeide naar een paar duizend in Nederland. In de jaren tachtig stokte de groei: een ontwikkeling die onder delen van de Chinese gemeenschap tot veel verborgen werkloosheid geleid heeft. Dankzij de opkomst van nieuwe restaurants die zich meer richten op de regionale authentieke Chinese keuken kreeg de sector in de jaren negentig een nieuwe impuls. Ook de intrede van het ‘wok-restaurant’ had hieraan een bijdrage. Momenteel schommelt het totale aantal restaurants rond de 2500. Chinezen vieren wereldwijd nieuwjaar De viering van het Chinees nieuwjaar is beroemd. Ook in Nederland wordt het nieuwe jaar uitbundig gevierd. |

De opkomst van het Chinees of Chinees-Indisch restaurant had vooral te maken met de toegenomen welvaart in Nederland. De Nederlander had tijd en geld om op culinair gebied te experimenteren. De Chinese restaurants sprongen in dit gat in de markt, en met succes. Hiernaast zie je de voorkant van een ansichtkaart van restaurant La Chine in Maastricht, waarop het originele interieur van 1951 te zien is. Het restaurant was gevestigd aan de Markt 33 in Maastricht. Meer foto’s vind je in het