Italianen in LimburgItalianen hebben zich over de hele wereld verspreid. Denk maar aan de Italianen die met duizenden tegelijk de oversteek naar Amerika maakten aan het begin van de 20e eeuw. Italianen kwamen ook naar Nederland. Dankzij de slechte economische situatie op het Italiaanse platteland (voornamelijk in Zuid-Italië en op Sicilië) werden veel Italianen toen gedwongen hun heil ergens anders te zoeken. Italianen in Nederland In de 18e en 19e eeuw kwamen Italianen naar Nederland om aan de slag te gaan als stukadoor, gipsbewerker, schoorsteenveger, instrumentenmaker, paraplumaker of muzikant. Zij kwamen vanuit Noord-Italië of de Italiaanse kantons van Zwitserland. Aan het begin van de twintigste eeuw kwamen ook Italianen naar de Zuid-Limburgse mijnen. In 1919 werkten er 39 Italianen, in 1931 waren het er 250. Sommige Italiaanse mijnwerkers begonnen na hun mijncarrière een café, bedrijf, winkel of ijssalon in Limburg of elders in Nederland. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog waren het vooral Italiaanse terrazzowerkers die hun weg naar Nederland vonden. Deze terrazzowerkers hielden zich bezig met tegel- en zetwerk in keukens en badkamers en het maken van aanrechten, vloeren en trappen. Granieten vloeren en werkbladen werden in die tijd als hygiënisch beschouwd en daardoor kwam een grote vraag op gang naar arbeiders die met dit materiaal konden werken. In verband met de snelle bevolkingsgroei in Zuid-Limburg en de toenemende bedrijvigheid (de bouw van overheidsgebouwen, kloosters, kerken), kwamen Italiaanse terrazzowerkers die al in Amsterdam werkten naar Heerlen. De terrazzobranche breidde zich snel uit en er werden nieuwe terrazzowerkers uit Italië gehaald. In 1935 waren er in Nederland officieel 650 terrazzowerkers met een werkvergunning. In totaal telde Zuid-Limburg toen circa tien terrazzobedrijven waarvan een deel nu nog bestaat. Na de Eerste Wereldoorlog vonden ook steeds meer Italiaanse ijsbereiders hun weg naar Nederland. In 1927 vestigden de eerste ijsmakers zich hier. Het geheim van het Italiaanse ijs zat hem in het recept; er werd en wordt gewerkt met vers fruit en roomijs. De Nederlandse ijsverkopers zagen het met lede ogen aan. Rond de Tweede Wereldoorlog nam het aantal Italiaanse migranten drastisch af ten gevolge van Mussolini’s repatriëringpolitiek en de crisis in de steenkolenindustrie. De generatie vooroorlogse Italiaanse migranten die nog leeft is klein. Men schat dat 2% van de Italiaanse gemeenschap in Nederland nog tot deze ‘vooroorlogse’ generatie behoort. Na de Tweede Wereldoorlog nam de vraag naar kolen weer toe en hadden de mijnen personeel hard nodig. In 1949 sloot de Nederlandse overheid daarom een wervingscontract met Italië. Dit contract was aanvankelijk alleen gesloten om mijnwerkers te werven. Later wierven ook werkgevers in de metaal- en textielindustrie en in de scheepsbouw Italianen. Italianen in Tegelen In 1960 sloot Nederland een nieuw wervingsakkoord met Italië. Dit keer konden de Italianen zelf kiezen bij welke werkgever ze zich aanboden. Via deze weg kwamen bijvoorbeeld een groep van Italianen, de meesten uit Zuid-Italië of Sicilië, terecht in het Noord-Limburgse Tegelen De komst van Italiaanse gastarbeiders werd niet overal toegejuicht. In de regio Venlo en Tegelen werden Italianen door jongemannen als een bedreiging gezien, omdat men bang was dat zij hun meisjes zouden afpakken. Deze angst werd soms ook nog eens door de lokale politie en/ of pastoors aangewakkerd. In sommige Limburgse dorpen zouden pastoors ouders letterlijk hebben aangeraden hun dochters weg te houden bij de gezellenhuizen waar de Italiaanse gastarbeiders woonden. Overigens waren de woonomstandigheden vaak slecht. Op enkele plekken werden Italianen in houten barakken opgevangen met prikkeldraad eromheen; dat laatste was een overblijfsel van de oorspronkelijke functie: een gevangenis of kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze behuizing leek in de verste verte niet op de vakantiebungalows met zwembaden in een glooiend heuvellandschap die de voorlichtingsbrochure had laten zien. Bovendien stond de Italianen na het ontvangen van hun eerste loonstrookje nog een nare verrassing te wachten. Zij waren naar Limburg gelokt met salarisbedragen die later slechts brutobedragen bleken te zijn. Dit geldt trouwens ook voor diverse andere gastarbeiders die via wervingsakkoorden naar Nederland kwamen. De Italiaanse migranten in de regio Tegelen en Venlo werkten in de metaal- en gietijzerindustrie of in de pannenfabriek en bij Pope (lampenfabriek) in Venlo. De Italianen werden eerst opgevangen in Sevenum, later verhuisden ze naar twee grote pensions in Tegelen, voormalig herenhuizen Rozenburg en Elisa. In de jaren zeventig richtte de heer Caroselli het CRIT op (Centre Recreativo Italiano Tegelen). Wat begon als een soort trefpunt voor de Italiaanse gemeenschap in Tegelen, groeide uit tot een vereniging die zich bezighoudt met sport, muziek, cultuur en allerlei andere sociaal-culturele activiteiten, zoals het aanbieden van een cursus Nederlands. Het CRIT stimuleerde het saamhorigheidsgevoel onder de Italiaanse Tegelenaren, bood kinderen de mogelijkheid om in aanraking te komen en blijven met de Italiaanse taal en cultuur en ook probeerde het CRIT bruggen te bouwen naar de Nederlandse samenleving. Zo was er in de jaren zeventig en tachtig een voetbalteam actief waarin zowel Italianen als Nederlanders speelden. Ook organiseerde het CRIT feestavonden en besteedde de organisatie speciale aandacht aan Italiaanse feestdagen, zoals La Befana, een Italiaans kinderfeest dat lijkt op Sinterklaas. La Befana is een goedaardige heks die zoete kinderen op haar bezemsteel via de schoorsteen cadeautjes komt brengen. Stoute kinderen krijgen kolen en as. Ga naar het fotoalbum om te zien hoe La Befana er uit ziet. In 1998 heeft het CRIT een Boccia-vereniging opgericht. Bocce is een van de nationale volksporten van Italië. Het spel lijkt op jeu-de-boules, maar de spelregels en afmetingen van de baan en bal zijn anders. In Tegelen heeft het CRIT aan de Windhond zijn eigen bocce-banen in een overdekte hal, het Bocciodrome. Daar oefenen de leden van CRIT-Boccia op woensdagmiddag hun spel. CRIT-Boccia organiseert zelf ook bocce-toernooien en neemt deel aan internationale wedstrijden. In het fotoalbum zie je hoe een bocce-baan er uit ziet. (Klik hier en hier voor meer informatie over bocce-sport en de Bocciodrome in Tegelen.) De Italiaanse Tegelenaren houden dus nog altijd de Italiaanse cultuur en traditie in ere, maar zijn tegelijkertijd ook volledig geïntegreerd in de Tegelse gemeenschap. |

. Hoewel een groot deel van de aanvankelijke groep Italiaanse migranten Tegelen weer verliet, is een aantal wel gebleven, onder andere dankzij huwelijken met Tegelse meisjes. Het percentage gemengde huwelijken is bij de Italiaanse gemeenschap relatief hoog. Dit had ook te maken met het selectiebeleid: vaak werden alleen alleenstaande jongemannen aangenomen, waardoor de Italiaanse gemeenschap veel meer mannen dan vrouwen heeft.